Waar zijn schelpen zoal voor gebruikt?
Eén van de oudste bekende gebruiken van bepaalde schelpen is wel de ruilhandel. Schelpen van
bepaalde soorten deden al voor onze jaartelling op veel plaatsen in de wereld dienst als een
vorm van geld: Bengalen, China, Japan, tot aan Micronesië toe. De meest bekende soort, een
kauri, kreeg dan ook in het Latijn de naam Cypraea moneta. Dit schelpengeld vond zijn weg
tot in West-Afrika waar het in de 17e en 18e eeuw door Hollanders en Engelsen grootschalig
werd ingevoerd voor de bekostiging van de slavenhandel.
We zien schelpen verder toegepast als symbolen toegevoegd aan in ornamenten en tribale
maskers. Grote voluten zijn gebruikt als vaatwerk voor het vervoeren van water, tritonhoorns
werden geblazen in tijden van oorlog. In de religie van de volken in en om India zien we de
Xancusschelp (Turbinella pyrum), vaak ik een zilveren legering gevat en Jacobus van
Compostela bestempelde de St. Jakobsschelp (Pecten jacobeus) als heilig en deze werd dan ook vaak ingemetseld
of nagebootst in kerken en kapellen. In de afgelopen eeuwen zien we schelpen verwerkt worden
als knopen, als versiering in gebruiksvoorwerpen, maar ook eenvoudig als verharding van
paden en recent als vochtdemper in kruipruimten van woningen. In musea treffen we ze als
kunstwerken aan, zoals de combinatie van nautilusschelpen en zilver drijfwerk. Een minder
kunstzinnige toepassing is de recentere verwerking in kettinkjes, lampenkappen en als
parelmoer voor allerhande opsmuk die men aan toeristen pleegt te slijten. Om te weten of
daarbij geen beschermde diersoorten worden verhandeld, raadpleeg de douane, de
Citeslijst of het
verdrag van Bern.
|