Schelpen, wat zijn dat eigenlijk?

Corbicula fluminea, Nederland © S. van Leeuwen

Een schelp is het kalkskelet van schelpdragende weekdieren. Tot de weekdieren behoren slakken, maar ook inktvissen. Weekdieren hebben geen botstructuur, zoals mensen en zoogdieren. Sommige hebben een nauwelijks herkenbaar inwendig skelet, denk aan naaktslakken of helemaal geen, zoals octopussen. Weekdieren kunnen overal voorkomen: op het land en diep in grotten, in meren, beekjes en rivieren, en ook in zeeën en oceanen, zelfs tot grote diepten.
Schelpdragende weekdieren vormen een skelet van kalk, een verbinding van calcium, koolstof en zuurstof (CaCO3, ook wel calciumcarbonaat genoemd). Het skelet kan de vorm hebben van een schaal, van een gedraaid slakkenhuisje, van twee bij elkaar horende kleppen, van een nautilus en nog veel meer. Zo heeft een inktvissoort, de zeekat, een inwendige schelp van schuimachtige kalkstructuur die we wel zeeschuim noemen.
De uitwendige schelp geeft het weekdier bescherming tegen bijvoorbeeld uitdroging, en tegen predatoren. De uitwendige schelpen zijn opgebouwd uit verschillende lagen. De stevige middenlaag bevat veel kalk (calciumcarbonaat, uitgekristalliseerd als aragoniet of calciet). Lambis crocata, Indo-Pacific © S. van Leeuwen Aan de buitenkant zit bij sommige soorten een hoornige opperhuid (van conchioline) die glad kan zijn, of ruw en harig. Aan de binnenkant zit soms een laagje parelmoer. Sommige soorten hebben bovendien een hoornachtig plaatje op de voet dat de mondopening kan afsluiten wanneer het dier zich in de schelp terugtrekt. Dit afdekplaatje wordt operculum genoemd.
Als het weekdier doodgaat, blijft de schelp over. Zo zijn er schelpen bewaard in sedimentslagen van miljoenen jaren geleden, die noemen we fossiele schelpen. Schelpen van zeeweekdieren noemen we mariene schelpen. En zo onderscheiden we daarnaast schelpen van landslakken en van zoetwaterslakken. Hoeveel schelpen er wel zijn, weet niemand. De schattingen lopen uiteen van 50.000 - 125.000 verschillende soorten, en jaarlijks worden er vele tientallen nieuwe soorten ontdekt.
Het zijn juist de hoeveelheid vormen en kleuren van al die soorten schelpen die maken dat we er door worden verwonderd. Die verwondering kan leiden tot verzamelwoede, tot de wens ze te fotograferen, na te schilderen, of ze te verwerken in sieraden. Het prikkelt de nieuwsgierigheid en weetgierigheid. Schelpen zijn daarmee een onuitputtelijke bron voor onderzoek en esthetisch genoegen. Wereldwijd, en al sinds mensenheugenis.
Er zijn ook nog bepaalde schaaldieren met een kalkskelet. We denken dan aan kreeftachtigen zoals de zeepokken en de eendenmossels. De skeletten van deze dieren worden niet bedoeld als we het hebben over schelpen.


[ naar boven ]

www.spirula.nl   Laatst gewijzigd: 16 april 2010