Wat zijn weekdieren ?
Weekdieren vormen een groep binnen het dierenrijk die herkenbaar is aan een ongeleed,
tweezijdig symmetrisch, buigzaam en zacht lichaam dat hoofdzakelijk uit water bestaat. Het
lichaam is bij sommige soorten onderverdeeld in een kop en een romp. In een lichaamsholte
bevinden zich organen, als hart en nieren, de geslachtsorganen en het spijsverteringskanaal.
Aan de buikzijde vormt veelal een gespierde massa het voortbewegingsorgaan (de voet). Aan de
rugzijde wordt de lichaamsholte beschermd door een mantel. De mantel vormt bij bepaalde
soorten stekels of een schelp. De mantelholte, tussen de mantel en de voet, dient voor de
ademhaling via bladkieuwen. Hier vindt ook de afscheiding uit de einddarm en de nieren
plaats, en die van geslachtsproducten. Ook zijn hier de afvoergangen vanuit het hartzakje;
weekdieren hebben een open bloedsomloop. De opperhuid bevat gewoonlijk klieren die slijm
afscheiden. Dit slijm vergemakkelijkt de voortbeweging, voorkomt vochtverlies en doet dienst
bij voedselvergaring. In de kop bevinden zich tast-, reuk- en smaakorganen, en bij een
aantal soorten ook ogen, in de één of andere vorm. Hier zit ook de mondopening, met in de
voordarm een getand chitineus membraam, de rasptong (radula). Het zenuwstelsel bestaat uit
hersenen en zenuwstrengen. Weekdieren worden ook wel mollusken genoemd. Hierin is het
Latijnse woord mollis (= week, kneedbaar, buigzaam, zacht) te herkennen.
|