Basters drijfslakIn de malacologie leeft Job Baster niet alleen voort in de naam van het tijdschrift Basteria, er is ook een slakje naar hem genoemd: Basters drijfslak. Dat kwam zo. In 1765 beschreef Baster een nieuw brakwaterslakje onder de naam Drijf-Horentje of Turbo stagnalis, dat "voornamelijk aan de kanten van het zoogenaamde Kaasjes-Water, even buiten de stad Zirckzee voorkomt en schoon zeer gemeen en menigvuldig nog door niemand beschreven is". De naamgeving van het slakje was daarmee nog niet afgerond. Toen Baster de naam van zijn Drijfhorentje publiceerde wist hij namelijk niet dat Carolus Linnaeus 8 jaar daarvoor zijn tiende editie van de Systema Naturae gepubliceerd had (1758). Daarin had Linnaeus de binominale naamgeving geïntroduceerd: iedere diersoort draagt een unieke naam bestaande uit een geslacht- en een soortnaam. Baster was zich van dit principe nog niet bewust, en daarom is zijn naam ongeldig (ondanks dat de door hem gegeven naam toevallig uit twee namen bestaat). Baster stuurde in 1766 een aantal exemplaren van Turbo stagnalis naar Linnaeus, die de soort in zijn twaalfde editie (1767) opnam als Helix stagnalis. Ook de naam van Linnaeus is niet geldig: Linnaeus had in 1758 in zijn tiende editie al een andere slak als Helix stagnalis beschreven, die we nu kennen als de Gewone poelslak Lymnaea stagnalis. Linnaeus bemerkte zijn fout, en veranderde in zijn eigen exemplaar van de twaalfde editie de naam in Helix basteri. Deze naam werd echter nooit gepubliceerd, dus ook die naam was niet geldig. De eerste geldige naam voor de uit Zeeland beschreven slak is afkomstig van Gmelin (1791, dertiende editie van de Systema Naturae): Helix stagnorum, nu bekend als Heleobia stagnorum (Gmelin, 1791). En nog was het verhaal niet af. Lange tijd was namelijk onduidelijk, welke soort Baster en Linnaeus voor zich hadden gehad. In brakke inlagen leven meerdere soorten die veel op elkaar lijken. Het lot van de schelpencollectie van Baster is onbekend. De collectie van Linnaeus bestaat nog wel, maar de schelpen die Baster opgestuurd had zijn niet meer aanwijsbaar. In zo'n geval kan onderzoek van de oorspronkelijke vindplaats, de zogenaamde typelocaliteit, uitsluitsel geven over de identiteit van de soort. Meer dan twee eeuwen na de beschrijving van de soort werd het Kaaskenswater daarom opnieuw aandachtig onderzocht, en bleek het mogelijk aan te geven welke soort Baster en Linnaeus hadden beschreven (zie Bank et al. 1979). De Nederlandse naam is nu Basters drijfslak, en dit slakje leeft nog altijd in het Kaaskenswater bij Zierikzee. Het blijkt een bijzonder slakje in een bijzonder water te zijn, want dit slakje is vrijwel nergens anders gevonden. Meer over Basters Drijfslak: [ naar boven ] |
| www.spirula.nl | Laatst gewijzigd: 16 april 2010 |