Job Baster (1711-1775)

Baster; Natuurkundige Uitspanningen

Natuurkundige Uitspanningen, plaat 5.

Het tijdschrift Basteria van de NMV is genoemd naar de Zeeuwse arts en natuuronderzoeker Job Baster. Wie was Job Baster?

Geneesheer te Zierikzee, Fellow of the Royal Society in Londen

Baster werd in 1711 Zierikzee geboren en bracht er een groot deel van zijn leven door. Na het doorlopen van de “latijnsche school” en het gymnasium studeerde hij geneeskunde in Leiden. Hier werd hij opgeleid tot medicus en tot wetenschapper, onder andere door Herman Boerhaave. Op zijn 20ste promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde. Na een studiereis naar Parijs en Londen vestigde hij zich in 1732 als geneesheer in zijn geboorteplaats. Ondanks zijn drukke praktijk slaagde Baster erin tijd te vinden voor wetenschappelijk onderzoek. In de avonduren correspondeerde hij uitgebreid met diverse wetenschappers over medische en biologische onderwerpen. Een korte tijd correspondeerde hij zelfs met Linnaeus, op wiens verzoek Baster een onderzoek deed aan zeekraal. In 1938 werd hij aangenomen als Fellow of the Royal Society in Londen.

‘Plant-dieren’

In ongeveer 1759 begon Baster met zijn bekendste werk, het onderzoek naar mariene organismen in de Oosterschelde en langs de Noordzee. Hij begon met het bestuderen van ‘zeeboompjes’ (hydropoliepen), dit om deel te nemen aan de discussie of het leven op de bodem van de zee uit planten, dieren of plant-dieren (zoöphyten) bestond. Helaas voor hem concludeerde hij dat ze samengesteld waren uit afzonderlijke plantaardige en dierlijke delen, een idee dat zeer sceptisch ontvangen werd. Door de felle kritiek hierop verloor hij waarschijnlijk een groot deel van zijn internationale erkenning. In Nederland had hij meer succes, hij was lid van diverse wetenschappelijke kringen, onder andere in Haarlem en Middelburg. Met succes stimuleerde hij ook twee vrienden, Martinus Slabber en Leendert Bomme tot het bestuderen van mariene ongewervelden.

Natuurkundige Uitspanningen

Na de wat valse start met hydropoliepen verlegde Baster zijn aandacht naar andere mariene groepen. Zijn bevindingen publiceerde hij in zijn reeks Opuscula subseciva, dat in het Nederlands werd uitgegeven als ‘Natuurkundige Uitspanningen’. De reeks werd gebundeld tot twee boeken, vooral de Nederlandse uitgaven waarin de illustraties zijn ingekleurd, zijn erg mooi om in te zien. In een zwierige schrijfstijl en met veel gevoel voor details behandelde hij vele groepen mariene ongewervelden. Bij mollusken had hij vooral veel belangstelling voor de voortplanting. Zo behandelt hij de eitjes van mossels, oesters en alikruiken en de eikapsels van wulken, noordhoorns, vlokkige zeeslakken en de slanke knotsslakken. Natuurlijk was hij als pionier niet helemaal foutloos, in wat hij beschreef als eitjes van zeepokken valt het eikapsel van een egelslak te herkennen. Daar staat tegenover dat hij unieke ontdekkingen deed. Zo werd in Basteria beschreven dat hij de eerste onderzoeker was die de veliger-larven van mollusken beschreef, door Baster werden ze handgranaatjes genoemd.

Goudvissen

Een andere passie was zijn tuin waar hij zeldzame gewassen kweekte, onder meer planten uit Java. Daarin hield hij ook goudvissen, Baster staat bekend als de man die goudvissen in Nederland introduceerde. De naam Basteria is voor het eerst gebruikt door Basters vriend Philip Miller. Deze beschreef in 1759 een fraai bloeiende heester uit Florida onder die naam. Na wat gestook uit Engeland nam Linnaeus de naam niet over, de soort heet nu Calycanthus floridus. In de winter werkte Baster aan een buffet dat versierd werd met tropische schelpen en stukjes koraal. Dit buffet bestaat nog steeds en kan in het Stadhuismuseum Zierikzee bekeken worden.

Van Job Baster zijn geen afbeeldingen bekend. Het standbeeld wat in 1976 in zijn geboorteplaats Zierikzee ter zijner ere werd onthuld, berust dan ook op de fantasie van de beeldhouwer. Foto M.C. Cadée.

Van Job Baster zijn geen afbeeldingen bekend. Het standbeeld wat in 1976 in zijn geboorteplaats Zierikzee ter zijner ere werd onthuld, berust dan ook op de fantasie van de beeldhouwer. Foto M.C. Cadée.

Brede belangstelling

Ook uit zijn artikelen blijkt een brede belangstelling. Zo probeerde hij de vooruitgang te helpen met verhandelingen over de mogelijkheid om zout te winnen uit zeekraal en over de potentie van buitenlandse land- en tuinbouwgewassen voor ons land. Maar ook schreef hij, naast zijn medische verhandelingen, over natuurkundige verschijnselen in de dampkring, het weer en de vogeltrek.
In 1764, op 53-jarige leeftijd, werd hij plotseling blind aan zijn linker oog. Een operatie volgde en zijn gezondheid verslechterde sterk. Daardoor moest hij met veel tegenzin zijn reeks Natuurlijke Uitspanningen beëindigen. Wel nam hij nog de vertaling op zich van het boek van zijn vriend Philip Miller over cultuurplanten. De vertaling, Maandelijksche tuinoefeningen, is meerdere malen uitgegeven.

Baster overleed in 1775, bijna 64-jaar oud. Hij werd begraven in het familiegraf in de later afgebrande Onze Lieve Monsterkerk in Zierikzee. Tegenover zijn huis aan het Havenpark staat een standbeeld van Job Baster. Ook in de malacologie leeft zijn naam voort, niet alleen in de titel van het tijdschrift Basteria, maar ook in de naam van een tegenwoordig zeldzaam brakwaterslakje: Basters drijfslak Heleobia stagnorum.

[Floris Bennema, februari 2016]

‘De Bijbel van Baster’

In de film ‘De Bijbel van Baster’ krijgt Job Baster op twee manieren een ‘gezicht’. Aan de ene kant worden zijn leven en werk filmisch gereconstrueerd, aan de andere kant worden de observaties van Baster bekeken door de ogen van nu. De duikers/biologen Floris Bennema en Peter van Bragt laten zien wat er nog klopt van de beschrijvingen van Baster. Basterkenner Wim Backhuys licht de persoonlijke kant van Baster toe, vertelt over het drama in zijn leven en waarom nog maar zo weinig mensen hem kennen. Een film van Jeannette Parramore (script, interviews, regie), Edward Snijders (camera, montage) en Maurits Overdulve (geluid, muziek).

Meer over Baster

Baster

Marcel van den Berg als Job Baster in film ‘De Bijbel van Baster.

Henrard, J. Th. & F.P. Koumans , 1936. Korte levensbeschrijving van Dr. J. Baster, naar wien dit tijdschrift is genoemd. Basteria 1 (1): 6-12.

Bennema, F.P., 2010. Job Baster’s description of nudibranch veliger larvae (1759). Basteria 74(1-3: 69-72.

Benthem Jutting, W.S.S. van & C.M. van Hoorn, 1967. Oude en nieuwe gegevens over leven en arbeid van dr. Job Baster. Archief Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 29-7

Nagtglas, F., 1875. Job Baster M. D., een geleerde Zeeuw, honderd jaren na zijn sterven herdacht. Middelburg, pp. 43.

 

Zie ook het lemma Job Baster op de digitale Encyclopedie van Zeeland.